Nieuwe huurwetgeving voor hoofdverblijfplaats naar nieuws overzicht

02 Januari 2019

Vanaf wanneer?
Dit nieuwe huurdecreet treedt in werking voor alle huurovereenkomsten voor hoofdverblijfplaats getekend vanaf 1 jan 2019. Andere soorten huur (bv. handelshuur, huur van een kantoorruimte, …) worden in het decreet niet geregeld.

Huurwaarborg
Een eerste belangrijke wijziging betreft inderdaad de huurwaarborg. De waarborg kan daarbij voortaan maximaal drie maand huur bedragen. De huurder krijgt volgens de nieuwe regels nog altijd de keuze hoe hij de huurwaarborg wil stellen. Hij kan dat op drie manieren doen. Hij kan ervoor kiezen om de huur op een geblokkeerde bankrekening te plaatsen of hij kan werken met een zakelijke zekerheidstelling bij een financiële instelling op zijn naam. Ten derde kan hij de waarborg ook verlenen ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling.

Huur van korte duur
Het nieuwe decreet biedt de huurder van een kortlopende huurovereenkomst de mogelijkheid om die huurovereenkomst op ieder tijdstip te beëindigen als hij een opzeggingstermijn van drie maanden naleeft. De verhuurder heeft dan wel recht op  een vergoeding. Die bedraagt anderhalve maand, één maand of een halve maand huur naargelang de huurovereenkomst een einde neemt gedurende het eerste, het tweede of het derde jaar van de huur. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanvangsdatum van de eerste huurovereenkomst. Zolang de huurovereenkomst voor korte duur niet geregistreerd is zijn de opzeggingstermijn en de vergoeding wegens beëindiging in het eerste, tweede of derde jaar niet van toepassing.

Problemen met het verhuurde pand
Het decreet zegt verder dat het verhuurde onroerend goed moet beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. Is dat niet het geval, dan is de huurovereenkomst nietig. De rechter kan in dat geval de huurder wel verplichten om een bezettingsvergoeding te betalen aan de verhuurder. Om het bedrag daarvan te bepalen wordt gekeken naar de objectieve huurwaarde van het pand, rekening houdende met de gebreken aan het goed. De huurder kan in dit geval een schadevergoeding vragen van de verhuurder.

Volgens de nieuwe regels is de huurder verantwoordelijk voor kleine herstellingen en herstellingen die nodig zijn door een oneigenlijk gebruik van het gehuurde pand of door een gebrek aan onderhoud als een goede huisvader. Herstellingen door ouderdom of overmacht moeten worden gedaan door de verhuurder. Er zal verder een lijst worden opgemaakt van wat kleine herstellingen juist zijn. In het huurcontract kan de herstellingsplicht van de huurder beperkt of zelfs uitgesloten worden. De verplichtingen van de huurder kunnen niet uitgebreid worden.

Als de huurders uiteengaan
Het nieuwe decreet geeft ook aan dat als de huurders getrouwd zijn of wettelijk samenwonen en ze uiteengaan, ze onderling afspreken wie de huurovereenkomst voortzet. Ze moeten dat aan de verhuurder meedelen. Als de huurders het niet eens worden, beslist de rechtbank. Werd de huurovereenkomst door beide huurders ondertekend, dan kan de verhuurder de huurder die ‘afhaakte’ nog gedurende zes maanden nadat hij geen huurder meer is, aanspreken voor de betaling van de huurprijs.

BRON : Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

Delen op

Uw eigendom ook verkopen? Contacteer ons